Historie
In de jaren zestig stond de volkshuisvesting in Nederland volop in het teken van het oplossen van de naoorlogse woningnood. Volksvijand nummer één werd het gebrek aan woningen genoemd. Het oplossen van de woningnood leidde tot een monsterverbond van politiek, bouwbedrijven en architecten. In 1964 ontstond ERA als publiek-private samenwerking tussen de gemeente Rotterdam en bouwbedrijf J.P. van Eesteren. Met het innovatieve tunnelgietbouwsysteem kon in hoog tempo een woongebouw worden gerealiseerd: de ERA flat.
De waarde van flexibiliteit
Waar de concurrentie veel met prefab-systemen werkte, koos ERA voor een ander systeem: in het werk gestort beton waarbij een tunnelmal werd gebruikt die een brede woningoverspanning mogelijk maakte. Hiermee werd het casco van het flatgebouw gemaakt waarna de afbouw plaatsvond in de vorm van pakketten. Deze werden in speciale fabrieken gemaakt. Zo produceerde Fokker de prefab modules voor het sanitair. Dankzij deze prefab modules was de woning van binnen verder flexibel in te delen. Dat laatste was belangrijk voor ERA want, zo gaf het bedrijf in die tijd aan: “Wonen is leven en leven is nooit stationair. Wonen vereist constante aanpassing aan de bewegelijkheid van het leven en het is de taak van de bouwindustrie om hiervoor de ruimte te verschaffen.”
Eén woning, veertig plattegronden
De ERA flat was beslist niet alleen een technisch hoogstandje om snel woningen uit de grond te stampen. Al in de jaren zestig werd goed nagedacht over hoe mensen willen wonen. Omdat de indeling van een ERA-flatwoning flexibel was, kregen de bewoners van toen de mogelijkheid om hun favoriete plattegrond te kiezen. Een uniek concept in die tijd! Voorafgaand aan de bouw van de ERA-flats in Zoetermeer werden bewonersbijeenkomsten georganiseerd waar maar liefst 40 varianten van de basiswoning werden gepresenteerd. Als een variant door 5 % van de bewoners werd gekozen dan kon die worden uitgevoerd. Acht plattegronden haalde die minimumscore, 50% koos voor de oorspronkelijk ontworpen vierkamerwoning.
Onvoorstelbare kwaliteit
De ERAflats hebben een bijzondere lange levensduur. Anno 2024 is nog geen één van de ERAflats gesloopt. Dat zegt iets over de kwaliteit maar ook over de slimme manier van bouwen. De vrije overspanning van 7,20 meter maakt dat de indeling van de woning altijd heel flexibel is geweest – en natuurlijk ook flexibel blijft. Bovendien zijn de binnenwanden ná het aanbrengen van vloeren en plafonds geplaatst en staan dus min of meer ‘los’ in het appartement. Het veranderen van een indeling vergt dus geen vervelend sloop- of breekwerk. Hulde voor de ERA-ingenieurs van 60 jaar geleden!
Wij kennen ze van jongs af aan
Veel bewoners van het eerste uur wonen er nog met veel plezier. Ze hebben de flat gebouwd zien worden, er hun kinderen groot gebracht en niet zelden een grootschalige renovatie meegemaakt. Inmiddels is namelijk een flink aantal ERAflats gemoderniseerd en opgefrist. Met onder meer betere isolatie en ventilatie, duurzamere materialen, moderne installaties en in een nieuwe jas. Samen met Smits Vastgoedzorg ontwikkelde ERA Contour een speciale aanpak voor de renovatie van ERAflats. Immers: omdat we ze zo goed kennen, weten we ook precies wat we moeten doen om ze weer klaar te maken voor de toekomst.
Van toen naar nu
In deze video praten we met een ERAflat bewoner van het eerste uur en vertelt collega Rosanne Stel welke essenties we uit het ontwerp van toen meenemen in de ERAflat van NU.

